zondag 27 mei 2007




Foto1:overnachting midden in de natuur.Foto2:point service, maar waar is de service?
Foto3:sluistoestand
Foto4: lekker soepje al wachtend in de sluis smaakt ook lekker als je honger hebt.
Foto5: een van de sluisdeuren. De moeite om even een foto van te nemen.
Dinsdag 15 mei 2007, Canal de La Marne Rhin (Ouest)
Om 9 uur konden we, “Brooke” en wij, weer vertrekken maar nu met begeleiding. Een sluiswachter volgde ons met de auto om de sluizen te bedienen, die nog niet geautomatiseerd waren. De Engelsman deed het langzamer, gezien zijn oude boot en vertrok na ons.
Het meeste van de sluizen moesten weer met de hand bediend worden, en als het dan automatisch ging, blokkeerde er weer één, zodat we de sluiswachter weer moesten oproepen om ons uit de nood te helpen. Soms denk je, zitten we nu in een onderontwikkeld land of wat is dat nu? Waar zijn we aan begonnen?
De sluiswachter deed zijn uiterste best om ons vlug te bedienen, maar geef mij maar de zee. Veel minder vermoeiend, vlugger en geen vieze, vuile sluizen.
Rond 17u30 meerden we af in de haven van Bar-le-Duc rond 17u30, na 28 sluizen, en 21 mijl , waar Brooke, een boot van Zwolle en wij overnachtten. Bar-le-Duc een Renaissance stadje, de moeite om te bezoeken, maar de regen nodigt je niet uit dit te doen. Nochtans nam ik even de fiets om een glimp op te vangen


bezoek aan ChalonsOm 6 uur werden we gewekt door “Brooke” want vanaf 7uur werken de sluizen en zouden we afvaren om in Vitry-de-François het kanaal Champagne-Bourgogne nog te kunnen nemen voor de afsluiting. Maar dat was een misrekening, want de “Peniche Bergen” bekend voor een echte pestkop, parkeerde zijn schip om 7u30 vlak voor de opening van de sluis, zodat niemand nog door kon.
Roger ging met de sluiswachter praten en ze adviseerde ons rond 11uur te vertrekken, na nog even het mooie stadje te bezoeken omdat we nog tijd genoeg hadden. We waren nu aangemeld en konden alle sluizen onmiddellijk achter elkaar nemen zonder gehinderd te worden door de gekende pestkop.
Ze deed een telefoontje naar Vitry-de-François om nog te bemiddelen, maar het kanaal werd afgesloten en we moeten nu een omweg van ongeveer 200 km maken met enorm veel trapsluizen( de ene sluis na de andere: erg vermoeiend). Dit alles zet ons zeker 8 dagen achteruit. Nochtans staat op de papieren dat het kanaal pas 21 mei wordt afgesloten voor ongeveer 6 weken, maar dat gebeurd dan 8 dagen op voorhand. Wie kan daar nu aan uit? En zo iets moet je allemaal maar weten. Gelukkig dat een schipper het ons vertelde of wij hadden ons gebaseerd op de datum: 21 mei, want de meeste sluiswachters weten van niets of doen alsof?
Aan de splitsing van de kanalen gekomen, stond er geen enkel verbodsteken of aanwijzing van de omleiding. Je kunt het natuurlijk niet riskeren dat kanaal toch te nemen, want als er dan de sluis niet werkt, sta je daar.
Overnachting vonden we voor de “Elisabeth”, een heel mooie boot van 1900 van een Engelsman met zijn hond. Booke en wij hadden nog juist een plaatsje voor hem.
Enfin, we hebben 25mijl gevaren voor 13 sluizen en legden aan rond 17u30 in de modder, want het was ondiep.



Foto1:
Foto1: sluispanne.Foto2: Afstandsbediening om de sluis te activeren. Aan de stang een kwart draai geven en het allernieuwste snufje werkt soms.
Foto3: vertrek te Reims
Foto4: Sluisbediening. De blauwe stang moet je naar omhoog duwen en dan sluiten de deuren zich, stijgt of daalt het water in de sluis en de deuren openen zich weer.
Zondag 13 mei 2007.
Roger wilde zo vlug mogelijk verder, want volgens een Schippers zou het Kanaal Marne à la Saône tussen 21mei en 18 juni 2007 afgesloten worden, tussen Vitry-le-François en Maxilly en dat is het kanaal, dat wij zouden moeten nemen. Dus zit er maar één mogelijkheid op zo vlug mogelijk verder varen, maar als je dan een “peniche” voor je hebt, mag je het vergeten. Zij varen langzamer door hun zware vracht. Dus vertrokken we om 7u30 en hadden we rond 8u30 reeds 3 zelfbedieningssluizen achter de rug. Maar toen begon de ellende. Daar had je een “ Franse penische” voor ons en een Belgisch motorjacht “Brooke” uit Ieper.
Volgens “Brooke” zou het een ambetante Fransman zijn, die niemand voorbij laat varen, maar vandaag scheen hij in een goede bui en mochten we hem oplopen.
Alles vlotte goed, de tunnel “Mont-de-Billy (2,302km) kreeg ons beider concentratie, want dat is wel nodig, het stopte met regenen en het werd mooi weer.
Sluis 17 werd bediend met “de handdraaiafstandbediening” (zie foto)en de volgende 8 sluizen zouden dan automatisch open gaan als we aankwamen. Ze lagen maar tussen de 600meter en 1700meter van elkaar, dus dat zou zeer vlot moeten verlopen. Maar het was vandaag de 13° en dat kon natuurlijk niet zonder problemen voorbij gaan. Sluis 18 met de mooie naam: Champ Bon Garçon, reageerde niet en ja daar lagen we dan te zwalpen. Roger belde het noodnummer: niets. Dan via de marifoon maar geprobeerd en de sluiswachter van dienst schoot in actie, maar de “Franse peniche” was in aantocht en één keer geluk, ja dat wel, maar geen tweede keer, dat lukte niet. Hij legde zich vlak voor de sluis, zodat niemand door kon, maar hij had zich wel wat misrekend, want er lag een motorjacht in de sluis, en dat moest hij laten passeren. We hebben zijn gevloek niet gehoord, maar nu moest hij met zijn groot gevaarte plaats maken voor het passerende motorjacht en dat is niet evident. Storm op het kanaal, zijn goede bui was voorbij.
De goede raad van de sluiswachter opvolgend, hebben we dan nog een half uurtje gewacht. We waren toch al 1½ uur kwijt en zo zouden we de “peniche” niet opjagen en de sluizen rustig kunnen bedienen.
We hebben genoten van de zwaaiende mensen, het gezang van de vogels, de wilde bloemen langs het water, de uitgestrekte wijnvelden, de wind die in de platanen, de populieren, de canada’s enz. waaiden.
Niet vergetend, de koekoeken, die hier in Frankrijk goed gelukt lijken te zijn. Het gezegde is; als de koekoeken, koekoeken: mooi weer. Welke definitie zij hier aan geven weten wij niet, want het zijn echt aprilse grillen. Regen, zon, wind met stevige rukwinden, kletsende regen, zon enz.En zo zijn we dan rond 18u30 na slechts 27 mijl na 18 vieze, vettige sluizen en de tunnel aangekomen in Châlons- en Champagne samen met “Brooke”.
Ondertussen zijn we in Macon aangekomen, maar het is Pinsterzondag en alles is hier gesloten
We hoopten een mooie levendige stad te vinden, maar viel dat even tegen. Alles dicht, behalve de Kathedraal.
We vaarden Tournus voorbij en voor zover ik kon zien met de verrekijker leek me dat wel een mooi dorpje, waar wat beweging te zien was.
Aangezien Gert en Rik nog hier zijn, zijn we met de auto even naar daar gereden, en ja inderdaad, hier was het erg druk. Het was juist de week van de artiesten en zowel sculpturen als schilderijen werden tentoon gesteld. Ook de typische soevenierswikkeltjes waren open, en de kerk en andere oude gebouwen van rond de 12° eeuw waren te bezichtigen.
Vannacht heeft het de ganse nacht geregend, maar gedurende de dag bleef het droog. De warmte van de laatste dagen heeft ons de rug toegekeerd en het was weer varen met een dikke pull uur vertrokken we voor en en klange broek.
Het aantal mijlen zal ik later toevoegen, want ik zit hier op het bureel van de havenmeester en ik heb mijn gegevens niet bij. Ik ben al echt blij dat ik even op internet mag.
Ja voor de rest zal ik de blog op een ander ogenblik bij aanvullen. Alles staat op mijn stick, dus nog even geduld.
vrijdag 18 mei 2007
mooie oevers en werkzaamheden in de sluis.
Zaterdag 12 mei 2007.
Om 7u30 werd de motor gestart richting Reims vanuit Fontenoy waar we overnacht hadden. (Canal láteral à l’Aisne)
De dieptemeter had Roger maar afgezet, want die piepte constant. Het was hier een beetje slijk varen en dat gepiep werk dan constant op je zenuwen. Het kanaal, dat eigenlijk maar een rivier is, is niet breed noch diep en we hoopten dan ook geen “peniche” tegen te komen, wat ons gelukt is over de 20 km tot Berry-au-Brac, waar we de afstandbediening terug moesten inleveren.
20 Sluizen hebben we gedaan, naar omlaag, naar omhoog, variërend tussen de 2 à 3 meter, niet veel niveauverschil, maar wel vermoeiend, vies en vuil. Veel tijd om foto’s te nemen heb je niet, want je moet steeds alert zijn. Waar staan de klampers? Kun je eraan? Krijg je dat touw erover gegooid? Maak je hem goed vast? Leid je de touwen goed bij het stijgen of dalen van het water? Hoe zit de stroming? Met welke snelheid stuwen ze het water in de sluis? enz..
Waar zijn we aan begonnen? De fenders zijn vuil en vies, de Antidote mag ook wel een grondige beurt krijgen, maar zolang we zoveel sluizen moeten trotseren helpt het niet want na 2 sluizen is alles weer vuil.
Na Berry-au-Brac zagen we een ander soort zelfbediening, waar we zelf moesten uitzoeken hoe je de sluizen moet bedienen: een fantastisch systeem.
Een 300 meter van de sluis, is een kabel gespannen over het kanaal, met daaraan een stang, waar je ¼ draai moet aan geven tijdens het voorbij varen en dat geeft dan signaal aan de sluis. Eens in de sluis moet je een blauwe stang naar omhoog duwen, niet de rode, want dat is de alarmstang en dan start de actie in de sluis.(zie foto’s)
Ik had reeds een Belgisch vlagje in de verte gezien en ja een Belgisch motorjacht komende van Antwerpen zette samen met ons de weg verder tot Reims, waar we na 50 mijl rond 20 uur in de haven in het slijk afmeerden. Veel meertouwen hadden we niet nodig.
Na het eten heeft Roger de olie van de motor nog vervangen, water getankt en waren we zo moe, dat alleen slapen nog soelaas bracht
.

Vrijdag 11 mei 2007.
Hopla, vandaag hadden we maartse buien en aprilse grillen. Vanmorgen was er geen vertrekken aan. Het waaide enorm hard, wat zo wie zo problemen zou geven in de sluizen en toen begon het nog te regenen. Maar niet getreurd, we hadden Noyon nog niet bezocht en zagen van op de kade de mooie kathedraal de Notre Dame boven de bomen uitsteken. Dus een bezoekje waard in de regen, maar dit was maar van korte duur.
Cathédrale des sacres de Charlemagne (roi de Neustrie 768) et Hugues Capet (roi de France987), de kathedraal Notre Dame is een van de mooiste gotische gebouwen van de eerste periode in het Noorden van Frankrijk. (wie kent het liedje niet meer van uit zijn schooltijd: sacres, sacres, sacres, sacres Charlemagne?
De kathedraal werd bijna volledig verwoest tijdens de WOI.
Op de place de l’Hôtel de Ville vind je de fontein de Dauphin geschonken door de bisschop Charles de Broglie en het 16° eeuws flamboyante stadhuis in gotische stijl enz.
Rond 12u30 na de wind af, er kwam zelfs een flauw zonnetje tevoorschijn en na enkele uren konden we onze winterkleding weer ruilen voor een lentetenue.
We namen afscheid van Canal du Nord, vaarden een klein stukje op de l’Oise, om dan la Rivière d’Aisne op te varen.
7 sluizen hebben we getrotseerd, waarvan we 3 zelf moesten bedienen want op de Aisne moet je je plan trekken en krijg je een afstandbediening met uitleg in de hand gestopt. Morgen staan ons nog 9 sluizen te wachten en dan moeten we de afstandbediening terug afgeven.
Roger was wel wat nerveus en waarschuwde me zeker niet op de knopjes te drukken en zeker niet op de verkeerde. Ik begon het ook op mijn zenuwen te krijgen en boem het zat er tegen (voor efkens). Enfin, alles verliep vlot, want ik bleef van de knopjes en om 18,30 uur zijn we dan afgemeerd na 24 mijl om te overnachten, want je kunt toch niet verder.
Na 18 uur werken de sluizen niet meer tot morgenvroeg 7 uur en ik ben er van overtuigd dat de haan dan kraait.


Woensdag 9 mei 2007.
Het regende vandaag de ganse dag en we stelden het varen uit tot morgen. In de regen hebben we boodschappen gedaan met de fietsjes, kletsnat, want anders zou het kinkloppen geworden zijn.
Tegen de avond stopte het eindelijk met regenen en fietsten we nog eens naar Peronne omdat we de resten van de omwalling nog eens wilden zien met de “Porte de Bretagne” en het monument van de gesneuvelde soldaten van de Picardie, tijdens WOI en het waren er veel. Er werd hier serieus gevochten.
Via de mooie vijvers reden we terug naar de boot om lekker lui van een rustige avond te genieten.
Donderdag 10 mei 2007.
Wakker worden met de zon is altijd aangenamer en we vertrokken om 7u30. om na 5 sluizen en de tunnel de Panneterie van 1058m in de publieke “Port Noyon” af te meren na 24 mijl om 16u30.
Stel je maar niets voor van “die Port”, want er is niets. Je ligt alleen betrekkelijk kort bij een mooie stad.
Op zee gaat alles veel sneller, maar hier heb je het voordeel, dat je de Franse natuur kunt bewonderen aan een slakkengangetje. De beroepsvaart gaat altijd voor en je moet dus regelmatig aan de sluizen wachten. Sluizen, waar je zelf moet zien hoe je het doet. De ene keer is het opwaarts, dan weer neerwaarts met vervallen van 5 tot 6m. Als ze het water lozen om te dalen, gaat het, maar als ze water bijpompen om te stijgen, moet je de boot serieus vasthouden aan een bolster en steeds een bovenliggende bolster aanhaken, waar je natuurlijk al eens naast grijpt. Mijn armen zijn al wat langer geworden. (Kan misschien nog van pas komen als we terug in België zijn, daar heb je af en toe een lange arm eens nodig.)
Aan de tunnel de Panneterie konden we mee binnenvaren met een “lichter”, maar hij schuurde tegen de wanden, omdat hij zo breed was. Een sluis binnen en buiten varen is voor zulke grote boten zeer moeilijk, maar zij liggen wel vast en schuren naar omhoog en omlaag tegen de wanden.
Onze watertank was bijna leeg, en uiteindelijk hebben we dan na lang zoeken, kunnen tanken aan een kade waar grote boten lagen om te laden en te lossen..
Het was een mooie warme dag en dan is een douche welkom en werd in openlucht genomen: heerlijk.
Chateau de PeronneDinsdag 8 mei 2007.
5 Sluizen van een gemiddelde van 6,50m dalen staan op het programma voor we in Peronne zijn voor slechts 6 mijl varen.
Enkele mijlen voor Peronne, zagen we aan de linkerkant de beroemde palingrijke vijvers waar de Peronnezen zo fier op zijn. Je kan er lekkere paling eten, gerookt en tevens verwerkt in patés.
We wilden het haventje binnenvaren, maar de dieptemeter sloeg alarm en we raakten grond. Dan maar voorzichtig achteruit en aan een publieke kade aanleggen.
Met de fietsjes gingen we winkelen, maar ja het is vandaag een feestdag en alles was gesloten. Daar hadden wij niet aan gedacht. We hebben het stadje wel verkend en Peronne is een bezoekje waard met zijn verleden tijdens de eerste WO waar bijna alles platgegooid werd. De “Porte de Bretagne” aan de oostkant is het enige restant van de vroegere goed omwalde stad.
Hier en daar zien we nog enkele mooie gebouwen waaronder het renaissance stadhuis op de Place du Commandant Daudré, waar een museum is ondergebracht van uitzonderlijke munten en antieke juwelen. En dan is er nog “Le Château”gebouwd in de XIII° eeuw door de graven van Vermandois.
We bezochten de kleine haven, waar we wat ervaringen uitwisselden met een Engels koppel met een catamaran. Er was geen plaats meer voor ons en de diepte was maar zus en zo. Zij varen stilaan terug en verzekeren ons dat het nog mooier wordt, maar wel erg vermoeiend.
woensdag 9 mei 2007



Vandaag werd het een overtrokken friezelregenachtige dag. Bah, wat zullen onze knoken weer koud hebben.
Alles begon zeer vlot, maar in het 2de sluis sputterde de motor even, maar ja wie denkt nu met een nieuwe motor dat er iets fout kan gaan?;
We moesten een tijdje wachten, omdat de beroepsvaart voorrang heeft. Tijd genoeg om de filters te vervangen, want zo een sluis binnenvaren is om problemen vragen.
De sluizen zijn juist breed en lang genoeg om de lichters, die meestal achter elkaar gekoppeld met een totale lengte van 80 meter zich verplaatsen. De moeite waard om te kijken hoe ze de sluizen binnenvaren en versast worden. Zij hoeven zich niet vast te leggen, want ze schuren tegen de wand van de sluizen naar omhoog of omlaag.
En dan was het onze beurt om weer 6,20 meter te dalen in de volgende sluis, maar de motor viel terug regelmatig stil en er was enorm veel wind. Roger had nochtans de filters vervangen en ontlucht omdat hij dacht dat dit de oorzaak was, maar het probleem was niet opgelost en een stuurloze boot op de kanalen zijn serieuze problemen, dan liever in volle zee daar is plaats genoeg.
We probeerden zo vlug mogelijk na de sluis aan de eerstvolgende steiger af te meren, maar de wind sloeg ons krakend tegen de steiger. De fenders konden het geweld niet volledig opvangen. Ondanks het lawaai is de Antidote er met enkele schrammen vanaf gekomen, die in Port Napoleon zullen bijgewerkt worden.
Roger belde Nord Sea Boating om enkele raadgevingen, keek alles nog eens extra na en vond toen dat er een klem rond een darm van de mazoutleiding niet volledig afsloot, waardoor lucht werd aangezogen. 3 Uren later, na het uittesten van de motor waagden we het er op en de motor deed weer wat van hem verwacht werd.
In totaal werden we vandaag 7 keer naar beneden met een gemiddelde van 6m. versast en dan kwamen we aan de tunnel Ruyaulcourt van 4354m waar ik het niet al te erg op had, denkende aan de motor. Bij groen licht, mochten we de tunnel invaren en ongeveer in het midden heb je een verbreding, waar weer lichten staan en als het licht daar op rood staat, moesten we wachten tot de tegenliggers gepasseerd waren en het weer groen licht werd, want de tunnel heeft slechts de breedte voor een “lichter of peniche”. Het lawaai van de mastodonten was


We werden door de vogels en de zon gewekt, wat wil je nog meer na zo’n vermoeiende dag.
Eerst rustig ontbeten en rond 9 uur startten we de motor zuidwaarts. Er was veel beweging in en om het water: ganzen, reigers, aalscholvers, meeuwen, eenden en moedereenden met hun kroost, soms wel met 12 kleintjes, allen op zoek naar hun maaltijd voor de dag.
Onze rust werd verstoord, door iets wat in het water dreef. Ook enkele jonge fietsers hadden het opgemerkt. Ter hoogte van Pont de Gorre, een voetgangersbrug, lag een vrouw in het water te drijven.
De brug, bekend om de vele zelfmoorden, volgens de dorpbewoners, leek nu ook een slachtoffer te hebben gelokt. Een jonge fietser sprong in het water, wij gooiden reddingsboeien, want onmiddellijk stoppen met een boot is niet mogelijk. De vrouw leefde nog, maar het zicht was niet mooi. Verdere details zal ik maar voor mij houden. Politie en brandweer kwamen vlug ter plaatse.
Wel nu hebben we het wel gehad, want vorig jaar zagen we in Porto in de “Douro”een mannenlijk drijven en nu dit weer.
Gelukkig hebben we deze vrouw nog kunnen redden en hopen dat alles in orde komt.
En zo vaarden we in alle stilte verder waar we ter hoogte van Douai veel oude woonboten (lichters of zoals ze in Frankrijk zeggen “peniche”) zagen. Het leek wel een botendorp nochtans staat deze plaats in de “navicarte” aangegeven als botenkerkhof. Wie wil daar nu wonen?
Na 42 mijl varen, 5 sluizen, en een 50 tal bruggen hebben we in Arieux Canal de la Sensée, iets voor Canal du Nord,.overnacht.


Rond10u30 zouden we vertrekken, maar de brug was defect en een uurtje later is het dan toch gelukt. Onmiddellijk moesten we een sluis nemen, om zo op het Canal de Bourbourg te geraken richting Watten, waar we zouden overnachten, maar het werd Air Sur La Lys. Er was geen stoppen aan Roger wilde maar verder, want er was zeer weinig waterverkeer en daar moesten we van profiteren. 5 sluizen en 37 bruggen hebben we getrotseerd, maar ik wist niet dat het zo vermoeiend was. Sluizen met een verval variërend van 4 meter tot 14 meter en dan hang je daar in een donkere vieze plakkerige vuile bak, waar je moet zorgen dat je door de waterverplaatsing niet van links naar rechts wordt gesmeten.
Je moet de boot goed vasthaken, maar als het water zakt, moet je de boot telkens naar beneden vastmaken en als het water stijgt, moet je weer de bovenliggende klamper vastpakken. Maar o wee als je de boot lost, dan kun je dat ding niet meer te pakken krijgen en is het kermis. Ik denk dat die sluiswachters dikwijls lachen met ons geklungel.
De dieptemeter moest constant in het oog gehouden worden omdat de diepte varieerde van 3 meter tot 0,2 m. en dat is alarmerend, want bij 0,5m strandden we reeds in het zand en zaten we vast als we wilden aanmeren. Dan maar in achteruit en wat aan één kant hangen om los te geraken.
Het weer zat niet echt mee. Het regende wel niet, maar het was koud en bewolkt. Veel was er nog niet te zien. Weinig beroepsvaart, een stille koud aanvoelende natuur met hier en daar een reiger die onbewogen op zijn prooi wachtte, links en rechts een minicamping, zo van die Franse foefelaars, die hier en daar wat willen bijverdienen.
Na 30 mijl, 5 sluizen en 37 bruggen hebben we dan in alle stilte overnacht in Air sur La Lys tussen K93 en K92.Canal d’Aire.

6u30 De wind nam niet af. Het bleef 5 tot 6 bf N-NO, nogal veel om zonder mast naar Duinkerque af te varen, maar we riskeerden het. De nieuwe motor draait zacht. Het was verduiveld koud en grauw. Na een maand zon was dit niet erg uitnodigend, maar we konden het niet laten en enkele venijnige golven vergasten ons op een zoute douche.
In Duinkerque namen we de eerste sluis nl sluis Watier waar we alleen versast werden en de 2 bruggen die we moesten passeren reeds opengedraaid, ons opwachtten. Het warme onthaal van de havenmeester deed onze koude knoken vergeten en onze Luikse buurman nam vorig jaar dezelfde route en verzekerde ons dat het de moeite loont.

De start is gezet. Anny en Jaak hebben ons weer naar Nieuwpoort gebracht om aan ons nieuwe avontuur te beginnen via de kanalen door Frankrijk, om dan via Corsica, Sardinië, Italië, Sicilië, Griekenland, Kreta al zeilend te bereiken, als het lukt natuurlijk.
We hebben nog even samen genoten van een zonnige, winderige dag op het terras van de club, want het zal een tijdje duren eer we elkaar weer zullen weerzien.
Nadien hebben we alles vertrekkensklaar gemaakt om morgen om 7 uur te vertrekken.
Sisi heeft ook nog getelefoneerd om ons een goede reis te wensen.
Chanelleke is bij Rafke waar ze een fantastische opvang heeft.


