zaterdag 28 juli 2007

Onze Duitse buurvrouw houdt de wacht









Dag 86 zaterdag 28 juli 2007: Roccella Ionica (Italië).
Terwijl ik ga winkelen, zorgt Roger voor de planning van de oversteek.
Nog een laatste wasje en de boot opruimen en dan zijn we vertrekkenklaar.
Frits kwam nog even overleggen met Roger, maar zij blijven hier nog wat rondhangen.
Ondertussen kwam er weeral een Engelsman binnen voor Griekenland.
Het is snik heet en bijna geen wind. Buiten slapen is het beste, anders lig je de hele nacht te woelen. Ik hoop dat we morgen meer geluk hebben.
Er is hier een zeer mooie fietsboulevard, met mooie stranden en op regelmatige afstanden een douche. De haven is zoals ik waarschijnlijk al gezegd hebben ook mooi, maar er is nog geen elektriciteit. Dat beginnen we nu wel al gewoon te worden. Water is er en dat is hier wel het allerbelangrijkste.
We denken dat dit alles met gelden van de Europese gemeenschap is aangelegd, maar niet volledig afgewerkt, omdat er waarschijnlijk weer wat in andermans zakken, om geen namen te noemen, terecht is gekomen
De Pizzeria heeft zo ook zijn uren. Je weet nooit wanneer ze openen. Als het de avond ervoor druk is geweest, moet je wat geduld hebben. Maar ja, alles wendt vlug.
Dus morgen de oversteek naar Zakinthos een 196 mijl. Wanneer ik dan weer op internet geraak, is voor mij ook nog een raadsel.
Dag 85 vrijdag 27 juli 2007: Roccella Ionica (Italië).
Vertrek Marc en Basma richting Crotone. Zowel Basma als ik vonden het spijtig. We wilden nog van alles doen, maar als de kapitein wil vertrekken is er geen houden aan. We wisselden onze coördinaten uit en via internet kunnen we met elkaar in contact blijven. Wie weet komen we elkaar nog wel eens tegen. Ze fluisterde met pretoogjes me vlug in het oor dat ze gisterenavond haar nieuw kleedje had aangetrokken en dat Marc het mooi vond en…. hop ze vaarden weg.
Ondertussen kregen we Duitse buren naast ons: nl. Chris en Frits, met 2 mooie poezen. Zij varen naar Kreta, maar in dagtrips. Op ons ponton liggen nog Zweden, een Duitser en een Fransman. Alleen Martin de Fin, gaat naar huis. Wij zullen zondag de oversteek van ongeveer 200 mijl wagen en het is mogelijk dat we elkaar daar dan weer terug tegenkomen.
Dit is de eerste haven, waar we wat buitenlanders zien en bijna allemaal richting Griekenland.
’s Avonds in de Pizzeria aankomend zagen we Frits en Chris. We hebben de avond samen doorgebracht. Zij vaarden vorig jaar naar de Caraïben, met de 2 katten en nu gaat hun boot eveneens overwinteren in Kreta. Toen we terug kwamen van de Pizzeria, zat de poes nog steeds op het voordek te wachten. De andere poes leeft meer binnen omdat ze blind is.
Mia, de poes is al 2 maal ’s nachts in het water gevallen, maar nu komt ze niet meer van de boot. Ze heeft haar lesje geleerd.
Roccella Ionica: Een van de zovele ruines op de heuveltop
Dag 84 donderdag 26 juli 2007: Roccella Ionica (Italië).
Ik ging graag eens naar het stadje 3 km verder fietsen en Basma fietste met me mee. Eerst moest Basma voor mij een lekkere koffie maken en de boot laten zien. Zij wonen op de cat. Dat zie je onmiddellijk, want niets ontbreekt. Marc is een artiest: een speciaal man.(www.osculpt@skyblog.fr)
Basma had een beetje heimwee en vroeg of ik dat begreep. Ze had behoefte haar vriendin in Cannes en haar familie in Tunesië te bellen. Ondertussen gingen we op een terrasje zitten om iets fris te drinken. We hadden veel aantrek, maar het was niet voor Basma. Wat denk je een jong Tunesisch meisje. De Italianen hun ogen deden pijn. ’s Avonds ging ik met Roger fietsen, maar diezelfde Italianen gebaarden van niets.
Basma en ik hadden het fijn. We gingen ook een kledingzaak binnen en pasten van alles, giechelden om de minste pruts en kochten ieder een mooi kleedje.
Marc zat ondertussen bij Roger op de boot. Morgen varen zij verder hogerop, om dan over te steken naar Griekenland, waar ze met vrienden een afspraak hebben.

vrijdag 27 juli 2007

Foto1: dit is alles wat we van Sicilie gezien hebben
Foto2: De zon verduisterd door de Siciliaanse rook .
Foto1: Kapitein Costa Rica hoed en sjaal
Foto2: Aan tafel met Martin, Marc en Basma en pizza aan de meter.
Foto3. Soms ben ik ook van dienst











Dag 83 woensdag 25 juli 2007: Roccella Ionica (Iatlië).
Zonder een bezoek te brengen aan Reggio di Calabria verlieten we om 8u45 de haven. Er was de ganse nacht een serieuze deining en de brandlucht van hoofdzakelijk Sicilië en het blijvend neervallen van de roetschilfertjes joeg ons verder. Marc en Basma van de catamaran zou ook vertrekken. Het eiland was nog altijd gehuld in een dikke rookwolk.
De wind zat pal op de haven, noord 5 bf. en het was moeilijk af te varen.
Na 10 mijl draaide de wind S. SE., schuin achter en konden we goed zeilen maar dat duurde niet lang. De wind verdween plots en dan ben je blij dat er toch nog een motor in je schip zit.
Maar na enkele mijlen begon de boot te schudden en hop weeral een plastieken zak in de schroef. Roger kon weer eens duiken met het broodmes om alles los te snijden. Het water was warm en ik ben dan ook even in zee gedoken om me te verfrissen. Dit was een half uur verloren en de catamaran stevende ons voorbij.
Aan de uiterste onderste punt van Italië nam de wind toe tot 40 knopen, en moest Roger een reef leggen in het groot zeil, om niet te kapseizen. De wind had geen constante en draaide langs alle kanten, zodat we de genua binnenhaalden, weer even ontrolden, binnenhaalden enz. De golven waren koppig en kwamen van alle kanten. Een man in Gioia Tauro voorspelde een Sirocco, doch op TV sprak men slechts van 4 bf. N. NO.en ‘poco mosso’ (een beetje wilde golven)
In de haven stond Marc en Martin onze Finse overbuur ons al op te wachten omdat de wind ook in de haven sterk was en om 17u30 na 62 mijl lagen we weer veilig vast.
Hier is een zeer goede Pizzeria en Marc stelde voor om daar ’s avonds met ons gevijven te gaan eten. Hier hebben ze Pizza aan de meter en lekker.
Marc is een Franse kunstenaar en Basma is een Tunesisch meisje en Martin is een solozeiler. Hij laat zijn boot hier liggen, zijn verlof is voorbij en vliegt volgende week terug naar huis
Foto1: bosbranden aan de Italiaanse kant.
Foto2: blusvliegtuig
Foto3: Scilla : de vervloekte rots en het vissersdorpje
Foto4: straat van Messina en Sicilie brand
Foto5: zwaardviszoekers boven in de mast.











Dag 82 dinsdag 24 juli 2007:Straat van Messina richting Reggio di Calabria (Italië)
We vertrokken pas rond 12 uur dus had ik nog wel even de tijd om het stadje met de fiets, 3 km verder te verkennen. Ik ging Frieda en Willy vlug goeden dag zeggen, want zij vertrokken terug noordwaarts, want Calabria was hen tegengevallen. Nochtans vind ik de natuur die, ondanks de hitte groen is, als ze niet afgebrand is en de mooie pittoreske oude dorpjes boven op de bergtoppen of in de dalen, mooi.
Ongeveer 23km ten noorden van Reggio di Calabria, iets voor het smalste gedeelte van de straat van Messina nl. 3,50 km tussen Italië en Sicilië, ligt Scilla.
In de oudheid werden de schepen, die de straat van Messina overstaken door de zeestromen meegesleurd. Wie de rotsen van Charybdis kon omzeilen, werd op de kust van Scilla geworpen. Vandaar de uitdrukking ‘van Scilla in Charybdis vallen’, van de regen in de drop komen. Op de vervloekte rots van Scilla staat een fort. Hert is tevens het centrum van de zwaardvisvangst. Een zwaardvis kan 5 meter lang en 650kg. zwaar worden. We zagen 2 boten met een zware metalen mast, met in de nok 2 mannen, die naar de zee turen om afgezonderde vissen op te sporen. Zwaardvissen worden nog altijd met een harpoen gevangen, dus niets voor Roger. En zo vaarden we de straat van Messina in, waar het zeer druk was en altijd is. Roger had de stroomtabellen goed bestudeerd, zodat we de stroom mee hadden en we tussen de vrachtschepen, ferry’s, vissers, motorboten en anderen ons ook een stukje zee veroverden. Ik had me op het voordek goed vastgezet, omdat ik enkele foto’s wilde nemen, maar door de samenvloeiing van de Tyrrhenian sea en de Ionian sea ontstaan er draaikolken, aangewakkerd door de passerende boten die de golven nog meer opgooiden, de Antidote met de snuit liet duiken en ik enkele zouten douches er gratis bij kreeg. Roger hield het roer goed, maar werd ook niet gespaard. We waren weer een ervaring rijker. De volgende maal blijf ik wel van dat voordek.
Sicilië hebben we gelaten voor wat het is en komt misschien volgend jaar aan de beurt, maar nu was het onmogelijk, want Sicilië stond in brand. De kust was nauwelijks te zien en men sprak van een ramp. Aan de Italiaanse kant zagen we ook voordurend branden, die onder controle geblust werden met blusvliegtuigen of blushelikopters, maar aan Sicilië was niet te beginnen. We proefden de brandlucht, onze ogen pikten en in- en op de boot, zelfs tot in Reggio di Calabria vielen roetdeeltjes naar beneden. De wind was ondraaglijk heet. De catamaran die achter ons lag, van Marc en Basma had hetzelfde probleem.
Spijtig voor Saverio de vriendelijke taximan, zouden we morgenvroeg vertrekken. Hij is door iedere zeiler gekend, komt een babbeltje maken, zijn diensten, wel niet opdringerig, aanbieden.
Foto . Maffiahaven van Gioia Tauro waar wij gratis konden liggen: relaties hé
Foto2: Op weg naar Reggio di Calabria


Dag 81 maandag 23 juli 2007: Gioia Tauro (Italië).
Na 3 dagen in Vibo werd het tijd onze horizon te verleggen en vertrokken rond 8u30 met een zak vol verse tomaten, paprika’s, rode ajuinen en aubergines. Ja, ja, de Nederlanders van “Samen” hadden van Italiaanse vrienden verse groenten uit hun tuin gekregen, maar veel te veel en wij mochten daar mee van genieten. Dat zal een heerlijke Provençaalse saus worden.
Eerst ook nog even tanken, want de laatste week was de wind zoek.
Frieda en Willy volgden met de mobilhome.
Een licht briesje N.O. zou ons vergezellen. Het groot zeil werd opgetrokken, maar zonder motor was het dobberen.
Het kleinste plekje schaduw op de boot werd opgezocht, want het was onhoudbaar in de zon. Met blote voeten kon je niet over het dek lopen, het leek meer lopen over een brandend vuur.
Na een 10 mijl wakkerde de wind aan tot 15 knopen en draaide Z.W. De genua werd onmiddellijk ontrold en uitgeboomd. Ze zeilden mijlen voor de wind tot de wind schiftte en scherp aan de wind de haven bereikte. Na al die dagen zonder wind, was dit wel een beloning.
Rond 15 uur meerden we af na 32,51 mijl in de laatste haven voor de straat van Messina.
Gioia Tauro is de grootste container haven van Europa, gebouwd door de Maffia
In het begin bleef de haven leeg, maar nu zie je wel enkele containerschepen, doch in vergelijking met de haven van Antwerpen, is deze haven met zijn nieuwe en moderne technologie een vergissing.
Voor de yachten zijn er twee pontons voorzien. We namen contact met de toren, doch geen reactie, dus vaarden we de haven binnen en legde aan waar we een plaatsje vonden. Je kunt niet blijven rondjes maken.
Onder een luifel in de verte zag ik 4 mannen zitten. Ik vroeg naar de havenmeester, doch die is hier niet verstond ik en één van hen vroeg me hoelang we bleven. “1 nacht” zei ik, en hij knikte O.K. Viola dat was dan weer geregeld. Er was elektriciteit en water, maar verder niets.
Iets later kwamen Frieda en Willy na lang zoeken, want de Italianen wezen hen telkens naar het strand als ze naar de “Marina” vroegen.
De lekkere groenten had ik al onderweg klaargemaakt, en er kwamen enkele visserboten binnen waar Frieda en ik vroegen of we geen vis konden kopen.
We wachten tot de bestelde vis voor de restaurants geleverd was, onder het toeziende oog van de Carabinieri. Ieder zijn deel hé!
We konden vis kopen, maar hij vroeg voor 12 vissen (jes) 10 €. Ah neen, dat was wat veel, wat ik hem ook zei (vraag me niet hoe, maar hij verstond me. Een beetje Italiaans ken ik dan wel) en bood 5 € . Dacht die eens even die vreemden wat op te lichten. 5 € was zelfs nog te veel, maar nu moest ik niet naar de stad 5 km verder en dat mocht hij dan hebben. Roger en Willy kregen de eer de vis zuiver te maken en met de verse groenten en rijst, hadden we een heerlijke maaltijd met kaarslicht aan boord.
Foto1: Met Frieda en Willy op restaurant bij Rosa
Foto 2: Zouden we hem kopen of bij ons zeilschuitje blijven?









Dag 80 zondag 22 juli 2007: Vibo Valentia Marina (Italië)
Vanmorgen hadden we geopteert om ons eens te verwennen met een ontbijtbuffet in de bar van de Capitainerie.
Dan zouden we een plaatsje gaan zoeken voor de mobilhome van Frieda en Willy en de Nederlandse zeiler had al een plannetje getekend van een plaatsje op de boulevard.
Middageten hadden we niet nodig, want ons ontbijt was uitgebreid genoeg.
Op de Capitainerie kon ik al mijn mails nakijken en de blog bijwerken toen de buren Rina en Monique me op messenger zagen en zo konden we fijn wat babbelen. Italië en Opglabbeek lagen plots naast de deur.
Willy en Frieda kwamen er ook aan en mijn heimwee verdween.
Het was weer snikheet en ons vochtgehalte moest dringend op peil gehouden worden wat dan ook deden op de boot en achteraf in het restaurant “Rosa” waar het zeer lekker was en we eindelijk nog eens frietjes gegeten hebben met lekkere vis. Zijn we Belgen of niet?

zondag 22 juli 2007

Dag 79 zaterdag 21 juli 2007: Vibo Valentia Marina (Italië).
Gisterenavond hebben we het stadje al even verkend, want we moeten weer dringend inkopen doen: water, water en nog eens water is het enige wat voor het ogenblik noodzakelijk is. Je staat even te praten met iemand en het zweet druipt van je lichaam.
Met het fietsje is het moeilijk dat allemaal te transporteren, maar je mag met de kar van de supermarkt over straat richting boot. Dat zijn ze hier gewend. Ik had nooit gedacht dat Roger zo iets zou durven, maar nood breekt wet.
In de haven ligt een Nederlander “SAMEN” sinds 2 jaar. Hij wou ook naar Kreta, maar is hier gestrand met gezondheidsproblemen. In het ziekenhuis hier kennen ze hem en dit geeft hem een gerust gevoel. Ze wezen ons nog een goede haven aan voor we de straat van Mesina nemen en vertelden ook dat de dikbuikige gemotoriseerde man van Cetraro niets met de haven te maken heeft en al verschillende keren door de Carabinieri is weggejaagd, maar steeds terug opduikt om de geldbeugels van de toeristen wat lichter te maken. Wij zijn één van zijn slachtoffers.
Hier is de haven goed bewaakt, door jonge gasten, die de mensen steeds helpen bij het af en aanmeren, want de Italianen gaan zeer veel ankeren vóór een of ander strand in de buurt en komen dan ’s avonds weer binnen.
En morgen krijgen we bezoek. Een smsje van Frieda en Willy meldde ons dat ze in de buurt zijn en ze morgen in de late namiddag ons komen bezoeken. Een fijne en welkome verrassing.

zaterdag 21 juli 2007

Foto1: af en toe ook eens wat lezen voor de afwisseling en liefst in de schaduw met de voeten in de zee.
Foto2: zicht op Vibo Valentia met de haven in de verte rechts.









Dag 78 vrijdag 20 juli 2007: Vibo Valentia Marina (Italië).
Om 8u30 waren we weer klaar om te vertrekken en onze achterbuur die niet betaald had was reeds vertrokken.
Bij het buitenvaren van de haven, zagen we weer zeker 5 brandhaarden. We denken dat de mensen hier hun vuil zelf opbranden, maar door de hitte is het dan niet verwonderlijk dat die brandjes wel eens uit de hand lopen.
De kust was moeilijk te onderscheiden door de heiigheid van het warme weer.
Het zweet droop van onze lichamen en we stopten weer regelmatig om een frisse duik te nemen. Liters water worden hier gedronken.
Waar zijn de zeilers? Niets te bespeuren buiten af en toe een vissersboot.
Rond 17u na 50 mijl kwam Vibo Valentia Marina in zicht waar we een plaatsje kregen en waar eindelijk de haven voorzien is van sanitair, naar Italiaanse normen.
Onderweg vlug een hoedje gehaakt. Staat het me een beetje of moet ik het weggeven.
Dag 77 donderdag 19 juli 2007: Cetraro (Italië).
Rond 6 uur was ik reeds wakker en Roger had nog geen zin op te staan, dus ging ik even wandelen door het nog slapende tegen de berghelling liggende dorpje, via de trappen met zijn kleine pittoreske met bloemen versierde huisjes. Hoe hoger je gaat, hoe smaller de trappen. Voor mij was het alleen wandelen, maar de mensen die hier wonen, dienen hun winkelwaar ook via deze trappen naar hun huisjes te brengen, want een weg is er niet
Om 9 uur zijn we dan vertrokken, ondanks de uitblijvende wind en zal de motor bijgezet worden. Ja, zo gaat dat aan de Middellandse zee: ofwel veel, te veel of geen wind en de laatste dagen moeten we verder in de hitte zonder wind. Wat komen we hier toch zoeken. Het weer in België is nog niet zo slecht. We kunnen goed begrijpen, dat werken hier niet evident is.
Op zee is er buiten enkele vissersboten en als we geluk hebben kruisen we een zeilboot of een motorjacht dat dan in volle snelheid ons voorbij vliegt en hoge golven opgooit, niet veel te bespeuren. Omdat we vandaag vrij dicht bij de kust vaarden, waren de mooie dorpjes op de heuvels een ware afwisseling.
Rond 14 uur na 28,05 mijl vaarden we de haven van Cetraro binnen, maar ondanks de siësta stond er een struisgebouwde man met dikke blote blinkende buik naast een vespa op ons te zwaaien en wees ons een ligplaats aan langs de kade.
We vroegen naar het havenkantoor en de havenmeester, maar hij klopte met de hand op zijn borst om te zeggen dat hij dat was. Er was geen elektriciteit, noch sanitair, maar wel water. Ja dat waren we al stilaan gewoon. Gelukkig waren we onderweg gaan zwemmen en hadden nadien een openlucht douche op de boot genomen.
Ja, nu nog de prijs en die viel mee: 20 € en hij zou de boot bewaken.
Nadat de 20 € in zijn broekzak verdween, verdween de gemotoriseerde man ook. Soms snorde hij het ponton weer op en ja , hoe zag hij het, er was weer een boot, maar nu een Italiaan. Wij natuurlijk benieuwd hoe dat zou verlopen wetende dat Italianen niet snel betalen. Spijtig dat je dan de taal niet machtig bent. Er werd duidelijk gediscussieerd en na verloop van tijd zagen we toch iets… in zijn broekzak verdwijnen. Maar zo verliep het niet bij iedereen, want een volgende Italiaan betaalde duidelijk niet. Hoe zag hij wanneer er een boot aankwam? We gingen fietsen en het raadsel werd opgelost. Vanuit zijn Pizzeria kon hij de ganse zee en de haven overschouwen en geen enkele boot ontsnapte aan zijn oog.
Cetraro is een klein dorpje met een groot ziekenhuis, zodat ik dacht dat er toch wat te zien was, maar buiten enkele Pizzeria’s, een souvenirwinkeltje en een minimarketje was er niets.
s’Avonds begon de haven te leven en werd overspoeld met tientallen amateur-vissers die tot diep in de nacht, tussen de boten, een vis probeerden aan de haak te slaan, maar zij lieten zich niet zo vlug vangen
Foto1: kaap Palinuro
Foto2: Maratea met Christus boven op de berg wakend over de haven.
Foto3 en 4 : op weg naar Maratea












Dag 76 woensdag 18 juli 2007: Maratea (Italië)
Lang slapen is hier met de warmte niet mogelijk en dan kun je beter op zee zijn, daar is het dan toch nog frisser en kun je regelmatig eens gaan zwemmen ter afkoeling. Dus vertrokken we weer om 8 uur richting Sapri, maar daar was de haven volzet: dan maar verder naar Maretea, we zullen wel zien.
De haven van Maretea kan je moeilijk voorbij varen, want hoog op de top van de rots staat een groot wit standbeeld van Christus, de armen gespreid om volk en vissers te beschermen.
Tijdens één van de voorbije winters werd de ganse haven door een zware storm verwoest en een grote hoge golfbreker beschermd nu de haven.
Wat vroeger een vissershaven was, werd dan omgetoverd tot een mooie haven waar zowel vissersboten als plezierboten een plaatsje vinden. Rotsen en grot bleven in hun oorspronkelijke stand. Hoe meer we zuidwaarts varen hoe meer motorjachten, maar minder zeilboten en weinig of geen buitenlanders.
Om 17 uur vaarden we de haven binnen na 57,5 mijl, waar de Engelsman al een plaatsje veroverd had. Een havenmeester was er niet, betalen? Hoe dat hier in het zuiden van Italië geregeld is, weten we ook niet. Een mooie haven, maar geen water, geen elektriciteit en zeker geen sanitair. Dan kunnen we nog alleen genieten van de mooie omgeving en ons laten overrompelen door de natuur.
Het stadje zelf, gebouwd tegen de berghelling, kan je bereiken via trappen, of met de bus, langs slechts 1 weg.
Foto1: een van de mooie straatjes van de oude stad Agropoli
Foto2: zicht op de haven van Agropoli.












Dag 75 dinsdag 17 juli 2007: Agropoli (Italië).
Een dagje rust mag er ook wel even bij zijn en zo zijn we dan met de fiets een tochtje gaan maken om het dorpje te verkennen.
Agropoli vind ik één van de mooiste kleine dorpjes van de Amalfitaanse kust, een dorpje dat boven op de rotsen geklemd zit tussen hemel en aarde. Vanuit het nieuwe centrum kun je via trappen het dorpje bereiken. De straatjes lijken meer stijgende en dalende gangetjes met versierde terrassen vol bloemen en kleurrijk wasgoed aan de ramen. Je hebt er een enorm mooi zich op de haven en de omliggende heuvels met de beste Pizzeria’s aan spotprijzen.
Foto1: op weg naar Agropoli
Foto2: het oude stadje Agropoli
Foto3: op de achtergrond het havenkantoor van Torre del Greco










Dag 74 maandag 16 juli 2007: Agropoli (Iatlië).
Om 7u45 vertrokken om na 43,82 mijl in Agropoli rond 17 uur aan te komen.
De zee was veel te kalm en geen wind, behalve aan Ile di Capri, waar we plots 20 knopen wind kregen en het zeer druk was en altijd is, met de overzetboten die voorrang hebben, doch eens de kaap voorbij nam de wind terug af met een max. van 8 knopen Z. op kop en geen boot meer te bespeuren.
Het was zeer warm en dan zijn we voor we de haven binnenvaarden nog even in zee gaan zwemmen, om wat af te koelen: heerlijk.
In de haven stonden ze ons op te wachten aan 2 pontons, en ja welke moet je dan nemen. Best geen enkele, want hier zit op elk ponton iemand te wachten om je 50 € lichter te maken. Sanitair was er ook weer niet. “Achter het hoekje”: zei hij, maar ik ging kijken en zag alleen de zee: tof hé. Achter de pier lagen ook boten en daar moet je niet betalen. Elektriciteit is het enige dat je niet hebt, maar we hebben de batterijen. We hebben ons dan geïnstalleerd tussen een Engelsman en een Duitser, die ons weer tips gaven voor de volgende havens.
Foto1: Tempo di Apollo met op de achtergrond de Vesuvius
Foto2: Overgebreven schatten:Pompeji
Foto3: een van de zovele straatjes voor een Terme.
Foto4: Straatje van Panficio di Sotericus
Foto5: Amfiteatro












Dag 73 zondag 15 juli 2007: Torre del Greco – Pompeji ( Italië).
Pompeji stond ook nog op het programma en is slechts een kwartiertje treinen.
In een informatiekantoor schaften we ons een koptelefoon aan plus plan en boek van vroeger en nu voor 10 €/ persoon + inkom 11€/persoon.
Het oude Pompeji ligt slordig verspreid aan de voet van de Vesuvius, die in 79 n. C tot uitbarsting kwam.
De stad werd onder de stenen en as bedolven en pas in de 17° eeuw weer ontdekt. In 1748 begonnen de opgravingen en links en rechts zie je nog altijd groepjes archeologen met de grootste precisie en concentratie in de hitte aan deze opgravingen verder werken. Alle gebouwen, standbeelden en schilderingen hebben de tand des tijds doorstaan. De muren zijn nog steeds met graffiti bedekt en het wegdek is nog intact, waar je nog duidelijk de uitgesleten sporen van de koetsen of karren ziet. Het verleden is op deze plek haast tastbaar aanwezig. Indrukwekkend en vermoeiend.
Morgen zouden we dan weer verder varen en ik moest nog gaan onderhandelen met de havenmeester. 50€/dag in een vuile, slecht onderhouden haven zonder sanitair vonden we veel te duur.
Alle argumenten die ik aanhaalde, werden gewoon van de tafel geveegd, want we mochten al blij zijn, dat ze onze boot dag en nacht – ’s nachts is er wel niemand - goed bewaakt hadden, want we waren telkens op stap geweest en hadden zogezegd onze boot onbemand achter gelaten. Ik zei hen: “daar betalen we voor” maar neen, neen zo zagen zij dat niet. We mochten al bij zijn dat we water en elektriciteit kregen en we een mooi zicht hadden op de Vesuvius, alsof zij daar een aandeel in hadden.
Vertrekken zonder te betalen kon natuurlijk ook, maar dat deden we niet en ja we betaalden. Ik heb wel een bewijs gevraagd, want dat waren ze nog niet van plan ons te geven.
Foto1: Gesu Nuovo
Foto2: een van de zovele typische straatjes van Napels
Foto3: zoldering van Santa Maria dell'Incoronata kapel
Foto4: Museo Art











Dag 72 zaterdag 14 juli 2007: Torre del Greco – Napels (Italië).
Bezoek aan Napels met de trein kost slechts 1€7 enkel. Goedkoop ten opzichte van Rome.
Bij het verlaten van het station, wordt je onmiddellijk ondergedompeld in een chaos van toeterende auto’s, bussen en een stroom vespaatjes die je onafgebroken voorbij razen, zodat je even moet nadenken hoe je, jezelf kunt redden.
Op verscheidene straathoeken ligt het vuil opgestapeld te wachten om opgehaald te worden, wat blijkbaar niet regelmatig gebeurd. Iedereen gooit er maar wat bij. Dat steekt wel even tegen, maar je vergeet het dan weer vlug omdat Napels ondanks dit alles toch een zekere charme uitstraalt. Tussen de hoge huizen in de smalle straatjes, met piepkleine winkeltjes en ontelbare kleine snackbars hangt het bonte wasgoed nonchalant tussen de ramen. De geanimeerde discussies van de handelaars, waar we geen snars van verstaan, het helse lawaai van de vespaatjes, waar je moet voor opzij springen en de toewijding en verering van heiligenbeelden geeft deze stad een bepaalde charme.
In contrast met het compacte centrum vol Palazzi, kloosters en kerken bezochten we tevens het Castel Nuovo, Palazzo Reale, dan langs Via Toledo met al zijn winkelketens naar het Museo Nationale om zo vermoeid terug af te zakken naar het station.
’s Avonds zijn we een pizza gaan eten in een plaatselijke pizzeria in Torre del Greco: heerlijk. 15 € 2 pizza’s, 1 liter plaatselijke rode wijn en 2 broodjes voor ons ontbijt ’s morgens. En is dat verspillen neen toch.

zaterdag 14 juli 2007

Foto1: Napels in zicht
Foto2: Vesuvius in zicht
Foto3: Visuvius vanuit de jachthaven van Torre del Greco










Dag 71 vrijdag 13 juli 2007: Torre del Greco – Golf van Napels (Italië).
Vertrek 8 uur zoals afgesproken en aankomst 17 uur na 50,71 mijl in een stikkend hete zon met te weinig wind S.E; 2 bf op kop, dus niets te zeilen behalve de laatste 10 mijl, toen de wind aanwakkerde vanuit het W.en we een gemiddelde van 6 knopen haalde. Veel was er niet te zien, behalve in de verte de volgebouwde kustlijn met de heuvels op de achtergrond met hier en daar weeral brandhaarden.
Verrassend was wel, het spel van de sardienen aan de oppervlakte.
In de baai van Napels ter hoogte van Capri, was het zeer druk en kwamen de overzetboten langs alle kanten en was het oppassen want zij hebben voorrang.
Bij het naderen van de haven, heb ik verschillende keren opgeroepen in mijn beste Italiaans, in het Engels, maar geen antwoord. We zijn dan de haven maar binnengevaren en na zelf een plaatsje gezocht te hebben, kwam er een mooie jonge Italiaan in zwembroek (zou de havenmeester of zoiets zijn) zeggen dat hij een plaatsje voor ons had. Nadien moesten we de papieren in het havenkantoor komen invullen.
De haven zelf is nogal desolaat en ligt in een arme wijk aan de voet van de Vésuvius. De boten liggen kriskras door elkaar. Sanitair hebben we nog niet gevonden en zullen we ook niet vinden denk ik.
We zijn even in het dorpje gaan wandelen en dan zetten ze je even terug in de tijd. Alles beweegt door elkaar. Oude huizen, kleine straatjes vol winkeltjes, waar brommers met kinderen vooraan, vespa’s, auto’s, voetgangers alles door elkaar beweegt, toeterend en taterend, maar ze zijn wel erg vriendelijk. Je moet het wel even gewoon worden.
Foto1: zicht op Formia
Foto2 en 3: bosbrand op de heuvel in Formia en de blushelicopter
Foto3. Gaeta-Formia











Dag 70 donderdag 12 juli 2007: Gaeta - Formia (Italië).
De wind was ’s nachts afgenomen en we hadden nog een betrekkelijk rustige nacht en vertrokken rond 8 uur S.O. 2 à 3 bf om na 52,25 mijl om 17u30 af te meren in Formia.
De kustlijn is bezaaid met uitgestrekte witschitterende stranden waarvan gedeelten privé-stranden met kleurrijke parasols afhankelijk van in welk hotel je logeert.
Aan de kaap Cireco werd de koers aangepast, de zeebries liet zich voelen en het zeilen was subliem, weinig boten, de zee bijna voor ons alleen, maar bij het naderen van de haven werd het druk met de constant aan- en afvarende overzetboten naar de omliggende eilanden. De stroming en de wind wakkerden weer aan en het was oppassen bij het binnenvaren.
We hadden toestemming gevraagd, maar niemand kwam ons begeleiden en de haven was zo goed als propvol, maar we hebben toch nog een plaatsje voor één nacht kunnen bemachtigen.
Een jonge gast in een mooie witte uniform, ik denk een douane of carabinieri, want een havenkantoor heb ik niet gezien, vroeg me de papieren van de boot en mijn identiteitskaart, maar ik moest niet betalen. In de “guide Italië” staat dat de tarieven afhankelijk zijn van de persoon tot persoon. Hadden wij blijkbaar even geluk.
Formia was na de kust van Napels een zeer gewaardeerde badstad van de Romeinse aristocratie, bekend voor zijn wijnen en zijn ruines in de achterliggende heuvels.
Langs de kust zie je nog de ruïne van een Romeinse villa genaamd “ Villa de Cicéron” waar volgens de legende Marc Antoine Cicéron beschuldigd werd van de moord op Jules César.
Marc Antoine werd eveneens vermoord terug gevonden in zijn Villa.
Tijdens het avondeten op de boot, zagen we op de heuvel aan de haven, dat er plots brand was ontstaan, die zich in een snel tempo verder zette door de droogte en de wind. Aangezien er 4 brandhaarden waren, veronderstelde men dat het opzet was. De brandweer werd verwittigend en een helikopter had uren werk om de brand te bestrijden Onderaan de helikopter hing een grote zak die hij in zee vulde en dan boven de brandhaard opende tot alles gedoofd was. Gelukkig was alles geblust tegen zonsondergang, maar de ganse nacht bleef de brandweer paraat.
Op weg naar Anzio-Nettuno, maar nu ziet het water groen in plaats van diepblauw.

Dag 69 woensdag 11 juli 2007: Anzio - Nettuno (Iatlië).
Tijdens de nacht nam de wind af, de zee werd iets rustiger, zodat we een behoorlijke nachtrust hadden.
Het supermarktje van de haven was, zoals men mij gisteren zegde open van 8 tot 8, maar vanmorgen bleek de eigenaar slechts om 9 uur ten vroegste aanwezig te zijn. Ja, wat denk je, geen brood voor vandaag, het werd dus koekjesdag met fruit.
Ik probeerde in de bar nog aan brood te geraken, maar noppes, daar kon ik me alleen tevreden stellen met een Italiaanse – bah - sterke espresso en toch vind ik het nu lekker.
Rond 8u15 vertrokken we met een 2 à 3 bf. N-NW dus uit de goede richting, maar er mocht wel wat meer wind zijn, want de motor moest bijgezet worden.
In de namiddag, zoals meestal kondigde de zeebries zich aan, en werd het 4, 5, 6bf., voor ons een prima zeilwind. De golven rechts achterwaarts komende zette ons regelmatig enkele meters zijwaarts, doch met wat bijsturen hadden we toch een gemiddelde snelheid van 6 knopen. Hoe eigenaardig het ook lijkt, de zee had vandaag een licht groene kleur, tot ongeveer, een 10 mijl voor de haven de zee plots weer haar diepblauwe kleur aannam.
Rond 12 uur waren we ter hoogte van Rome, maar alleen de luchthaven was duidelijk te zien vanuit zee. Ik heb met de verrekijker alles afgezocht, maar geen Paus te zien. Zat hij in het buitenland? Wie zal het zeggen!!!
Na 56,81 mijl vlogen we rond 17u30 de haven binnen, want er stond weer veel stroming plus een 7 bf. We hadden de haven opgeroepen om ons een plaats aan te wijzen, maar er antwoordde niemand, zodat we zelf een plaatsje moesten zoeken en bij het afmeren het ponton kuste, maar het viel mee.
Nettuno is een grote haven in aanbouw en het havenkantoor ligt ongeveer 1 km van onze ligplaats. Een vriendelijke Italiaan heeft me dan met zijn moto naar het kantoor gereden. Lekker achterop, dikke buik vasthouden en weg waren we. En dit was nog niet alles. Omdat ze ons niet hadden begeleid in dit slechte weer, mochten we niet betalen.
Met de fiets ben ik het oude stadje ( 15°eeuws) gaan verkennen, brood gekocht en nog enkele andere boodschappen gedaan, terwijl Roger het zout van de boot poetste.
Na een maaltijd van verse vis met boontjes, tomaten, sla en oh neen geen frietjes, maar gewoon aardappelen met een glaasje wijn, kwam het zandmannetje en werd alles stil.
Foto1: Op weg naar Traiano
Foto2: Geankerd in de baai van Cala Galera









Dag 68 dinsdag 10 juli 2007: Riva diTraiano (Italië).
De voorbij nacht zou een rustige nacht moeten worden, maar de wind nam toe, de zee werd erg woelig, het begon te onweren en te regenen. Dan voor anker liggen is niet aangenaam. De Antidote werd de speelbal van de golven en het was niet mogelijk in de voorkajuit te slapen. We verhuisden naar de achterkajuit, maar dat was niet veel beter, zodat ik naar de middenkajuit verhuisde en ik min of meer behoorlijk kon slapen, maar Roger had ’s morgens spleetoogjes.
Sisi en Yosi lieten om 1u30 een smsje dat ze in één ruk naar huis gereden waren omdat ze toch niet moe waren en de afspraak was om ons bij aankomst te verwittigen. Oef, wat waren we blij dat de reis goed verlopen was.
Ondanks de nog steeds aanwakkerende wind, 6 tot 7 bf wel voor ons in de goede richting N- N.W. vertrokken we toch om 9u20 omdat de dreigende lucht opklaarde en de zon weer van de partij was. Hier blijven waggelen, haalde niet veel uit.
We starten met de genua en zeilden met een snelheid van 5 knopen praktisch voor de wind. Na een tijdje werd het grootzeil bijgezet, de genua uitgeboomd zodat we tussen de 6 à 7 knopen snelheid haalde. De wind wakkerde aan tot 8bf de golven volgden het spel van de wind en we werden nog hoger geblazen dan we dachten. Gelukkig was het eind in zicht en vlogen we de haven binnen. We werden onmiddellijk opgewacht door 2 havenmeesters om ons te helpen afmeren. Tijd om de haventoren op te roepen hadden we niet, maar dit begrepen ze wel. Om 15u30 na 34,19 mijl was het avontuur voorbij en schonken ons een welverdiende, dachten wij, gin-tonic in.
Dag 67 maandag 9 juli 2007: Cala Galera Porto Ercole (Italië).
Vanmorgen hebben we rond 9 uur met een knuffel en een traan Sisi en Yosi uitgewuifd, want aan hun verlof kwam een einde. Sisi moet donderdag terug gaan werken en Yosi haar zoontje wordt 10 jaar op 12 juli en dan moet er gefeest worden en zij moet nog naar Siegen in Duitsland.
Rond 10 uur vertrokken wij richting Cala Galera. De bewolking trok weg en de zon vergezelde ons gedurende de ganse tocht. De wind zat niet goed. Z. ZO, 4 bf. dus op kop. Pas de laatste 5 mijl hebben we kunnen zeilen. Bah, daar hou ik niet van.
Om 16 uur na 30,65 mijl zijn we voor anker gegaan in de baai, gaan zwemmen en dan zalig rust en genieten van de stilte en de deining van de zee.
Veld met zonnebloemen vanuit de auto gefotografeerd.


Dag 66 zondag 8 juli 2007: Marina di Grosseto (Italië).
Na de zware dag Rome konden we best wat rust gebruiken en nog wat nagenieten.
Sisi en Yosi zijn nog wel met ons boodschappen gaan doen. Gelukkig waren de winkels in de voormiddag open op zondag en zo hebben we dan onze voorraad wat kunnen aanvullen, want als ze weg zijn zal het weer met het fietsje zijn.
We hebben de avond afgesloten met een glaasje sprankel, want morgenvroeg keren ze huiswaarts. Wat is een week toch vlug voorbij en het zal weer 2 maanden duren eer we Sisi terug zien.
Foto: Basiliek op het Sint Pietersplein
Foto1: Colosseum
Foto2: Pantheon
Foto 3: Piazza Novona



























Dag 65 zaterdag 7 juli 2007: Marina di Grosseto (Italië).
Rome stond nog op het programma, maar de havenmeester raadde ons aan van niet met de auto te gaan, maar met de trein. 2uurtjes treinen en je bent er. We vertrokken om 9 uur en om 22u waren we terug op de boot.
Voor ons was Rome geen onbekende meer, maar Yosi was er nog niet geweest en nog eens de sfeer opsnuiven, is altijd fijn. Sisi speelde weer gids, want zij was hier al meermaals geweest..
Eerst bezochten we Vaticaanstad: St. Pietersplein. De Paus was niet thuis. Een massa volk staat in lange rijen aan te schuiven om de Basiliek te bezoeken. Wij wandelden via het Kasteel van San Angelo naar de Piazza Novona, het Pantheon, de Trevi fontein, de Spaanse trappen, namen de metro naar het Colosseum, wandelden door het Forum Romanum, via het stadhuis, waar juist een huwelijk ingezegend was en we even bleven hangen om de Italiaanse drukte op ons te laten inwerken, naar het monument van Victor Emanuel II, het lelijkste monument volgens de Romeinen (schrijfmachine genoemd), om zo stilaan terug af te zakken naar het station, met lood in de benen, want het was een zware warme dag.
Oh ja, ik zou het nog vergeten. We gingen in de loop van de namiddag een broodje eten in een snackje en zoals de Italianen weten zijn de toeristen moe van een ganse dag rond te lopen. We wilden maar even een snelle hap en er werd ons een tafeltje opgedrongen. We vroegen wat ons dat meer kostte, wetende dat de prijzen alleen gelden rechtstaand aan de toog. 2 à 3 € zei men. “Per persoon?”vroeg Sisi. “Neen, neen”: zei het meisje. OK, zo konden we wat uitrusten.
Ik wilde vooraf betalen, maar oh neen, eerst eten en dan betalen. Ik drong nog aan, omdat ik het verdacht vond, maar niets aan te doen.
Als puntje bij paaltje kwam, moesten we 6 € meer betalen voor een snelle hap uit het vuistje. Een echte afzetterij wat ik niet kan appreciëren, maar zo vangen ze alle toeristen.
Ze waarschuwen je ook steeds voor zakkenrollers en ja Roger had bijna prijs. Zijn portefeuille zat in een zak met knoop van zijn short op dijhoogte. Hij hield constant zijn hand erop en toch voelde hij plots een duwen en hop zijn portefeuille zat al halfweg zijn zak. Als we naar Napels gaan zullen we nog voorzichtiger moeten zijn.