zaterdag 2 juni 2007

Foto1: Eén van de mooie huizen in Auxonne.
Foto2: Wachtend langs de kade in Gray om toegang te krijgen tot de sluis.
Foto3: St Jean de Losne Gert en ik in de haven.
Foto4: Paps en ik tevens in St Jean de Losne
Foto5: Hier konden we ook van genieten.





Donderdag 24 mei 2007.
Van Seveux naar Auxonne varen, een 48 mijl, zou niets moeten betekenen, want zoals ik al zei, zou alles beter en gemakkelijker gaan, maar we waren nog geen ½ uur verder na de tunnel, of we raakten grond. Grond , waarmee ik bedoel geen zand, maar stenen. Een hels lawaai en bonk. Het leek alsof we op rotsen vaarden, met kraken en bonken, Ik legde de motor onmiddellijk stil om snelheid te minderen maar er was onvoldoende diepte en het bleef bonken en kraken. Roger zat juist in de kajuit en vloog naar boven, maar stenen zijn stenen en het was afwachten hoe het verder zou verlopen. Langzaam vaarden we verder - de dieptemeter die maar op 0 bleef staan - in het oog houdend - maar er gebeurde niets meer.
Gert en Rik gepicknickt langs het water, bezochten een lekkere crêperie in Auxonne. Een crêpe met zalm, tomaten, geitenkaas en een aardappel in de schil. Een combinatie waar wij nooit zouden aan denken.
In het stadje Auxonne ligt een kazerne, en ’s morgens hoor je de soldaten in groep marcherend en zingend door de straten stappen.
Bij aankomst dook Roger onmiddellijk om naar de schade te pijlen. Een rubberen aanhechting is weg en de boot is onderaan vol schrammen. Weer wat meer herstelwerk wacht ons in Port St Louis en wij die dachten dat we nu alles al wel gehad hadden.
In Auxonne waren we gaan wandelen. Een mooi dorpje, maar op het ogenblik erg verlaten. Een jongen van 19 jaar was op 20 mei doodgeschopt en aan de overkant van zijn huis gedeponeerd. De overbuur: apotheker, vond de jongen rond 6 uur ’s morgens. Een lieve mevrouw, die juist haar mooie bloemen aan het verzorgen was, vertelde ons heel toevallig het droeve voorval. Van de daders geen spoor.

Geen opmerkingen: